Drachtbegeleiding paard

Op onze praktijk houden wij ons bezig en zijn nauw betrokken met de begeleiding van de dracht van uw merrie(s).
In het seizoen betekent dit dat onze paardendierenartsen dagelijks aan huis merries echografisch scannen om te kunnen bepalen waarin in de cyclisch deze zijn en wat het beste moment van dekking is. Ook nadat de merrie geïnsemineerd of gedekt is en (meerdere malen) gecontroleerd is op dracht, staan onze dierenartsen klaar om tijdens en na de partus hulp te verlenen. Ook voor controle / onderzoek van het veulen of wanneer er onverhoopt problemen met bij het veulen, staan onze paardendierenartsen altijd dag en nacht voor u klaar.

De cyclus

Merries hebben een zogenoemde seizoensgebonden cyclus. Dit betekent dat merries  tijdens het seizoen (o.a. bij toenemende daglichtlengte) – meestal om en nabij februari t/m augustus – hengstig kunnen worden.

Bepalen wanneer te dekken/insemineren

Om te kunnen bepalen wanneer een merrie het beste gedekt of geïnsemineerd kan worden, moet eerst gekeken worden waar de merrie zich bevindt in de cyclus. Dit wordt gedaan met behulp van rectaal echografisch onderzoek.

Normale Partus

Het begin van de bevalling laat zich vaak kenmerken door een temperatuurdaling van 1ºC. De lichaamstemperatuur zal dan 37ºC zijn en de volgende symptomen worden zichtbaar:

  • Rusteloosheid
  • Likken aan vulva
  • Vaker plassen/blaffen/miauwen
  • Heldere uitvloeiing die geleidelijk bloederiger word

Gemiddeld duurt een normale partus 2 tot 6 uur waarbij tussen iedere geboorte 10 tot 90 minuten tijd kan zitten. Dit mag zeker niet langer duren, zeker niet als de teef actief aan het persen is. Na iedere geboorte komt er ook een placenta van de teef af, het is normaal dat ze deze willen eten maar teveel placenta kan diarree veroorzaken.

Abnormale Partus

Wanneer de partus niet verloopt zoals hierboven beschreven, spreken we van Dystocia. Wanneer er sprake is van een van de onderstaande punten, aarzel dan niet om contact op te nemen met onze praktijk.

  • Krachtige persweeën zonder geboorte gedurende 1 uur.
  • Meer dan 1 uur tijd tussen de geboortes.
  • Stoppen met persen wanneer het jong er gedeeltelijk uit is.
  • Bloederige vloeiing zonder geboortes.
  • Groene of zwarte uitvloeiing.
  • Overdragen (vanaf dag 69).
  • Minder pups geboren dan op beeldvorming zichtbaar.

Bepaalde rassen ondervinden vaak problemen tijdens de partus, denk hierbij aan de wat kleinere rassen en brachycephale rassen. Let erop dat u uw teef nooit laat dekken door een grotere reu, zo probeer je te voorkomen dat de pups te groot worden voor het geboortekanaal van de teef.

Na het veulenen