Ontworming paard

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van wormbestrijding bij paarden. De focus van moderne wormbestrijding ligt op het managen van individuele wormbesmetting zodat alle dieren in de koppel gezond blijven. Dit wordt bereikt door de totale uitscheiding van wormeieren te beperken met behulp van mestonderzoek op strategische momenten en behandeling indien nodig. Bovendien moet ontwikkeling van resistentie tegen ontwormingsmiddelen zoveel mogelijk worden vermeden. Uitzonderingen daargelaten, wordt ontwormen zonder mestonderzoek sterk ontraden.

Mestonderzoek

Bij mestonderzoek wordt gekeken naar de uitscheiding van wormeieren in de mest. De uitscheiding van wormeieren kan tussen paarden in dezelfde koppel sterk verschillen. De meerderheid heeft een goede weerstand tegen wormen en zal weinig wormeieren uitscheiden. Een aantal paarden zijn gevoeliger en zullen heel veel wormeieren uitscheiden.
Met behulp van mestonderzoek kunnen gevoelige paarden geïdentificeerd worden. Door deze paarden te behandelen kan de weidebesmetting sterk worden teruggebracht en blijven alle paarden in de koppel gezond. Over het algemeen verandert de individuele gevoeligheid van paarden gedurende de jaren weinig. Maar omdat omstandigheden kunnen veranderen is het belangrijk om alle dieren in een koppel te testen. Jonge dieren zijn gevoeliger voor wormbesmetting en dienen dus scherp in de gaten gehouden te worden.
Om te voorkomen dat er in het voorjaar problemen zouden ontstaan met wormlarven die overwinteren in de darm van het paard adviseren we in december te ontwormen met moxidectine, om het jaar in combinatie met praziquantel. Zodoende beginnen behandelde paarden het weideseizoen vrijwel wormvrij. Afhankelijk van de omstandigheden zullen de meeste wormeieren de winter overleven, maar in het voorjaar vindt een verdunningseffect plaats door sterke grasgroei. De weidebesmetting is dan op zijn laagst. Tijdens het weideseizoen zal de besmetting geleidelijk oplopen en pieken in de late zomer.

Figuur 1: Timing mestonderzoek

Door 1 – 1,5 maand na de start van het weideseizoen, meestal eind april – begin mei, mestonderzoek te doen kan een inschatting worden gemaakt hoe zwaar de wormbesmetting later in het weideseizoen zal worden (zie Figuur 1). Zodoende kan vroeg in het seizoen worden ingegrepen om latere problemen te voorkomen. In juli – begin augustus, voor de piek in weidebesmetting wordt nogmaals mestonderzoek gedaan om te kijken of de eerdere inschatting juist was en indien nodig te behandelen.

Na een behandeling met een ontwormingsmiddel zullen, afhankelijk van het gebruikte product, 1,5 – 2,5 maanden geen eieren worden uitgescheiden. Het is dus weinig zinvol in deze periode mestonderzoek te doen, tenzij de werkzaamheid van het ontwormingsmiddel ter discussie staat. Voor een betrouwbaar resultaat kan best nog 4 weken extra worden gewacht met het doen van een mestonderzoek.

Mestmonster en uitslag

Mestmonster
Een mestmonster wordt zo vers mogelijk verzameld en bewaard in een plastic zakje waar zo min mogelijk lucht in zit. Na het verzamelen wordt het mestmonster gekoeld bewaard en zo snel mogelijk (uiterlijk de dag na verzamelen) afgegeven op de praktijk.
Het is belangrijk het mestmonster goed te labelen zodat wij weten van welk het paard het is (en wie de eigenaar is).

Uitslag
Bij het mestonderzoek worden het aantal wormeieren per gram mest bepaald. Op basis van deze uitslag kunnen paarden ingedeeld worden in 3 categorieën: Lage, matige en hoge ei-uitscheiders (zie Tabel 1). Bij voorkeur wordt deze classificatie gedaan aan de hand van meerdere opeenvolgende mestonderzoeken.
Lage en matige ei-uitscheiders samen maken ongeveer 80{b2a8cc4c5365b188ab06069ee35a696a776320159cd6a6f32117d2cd3740fd39} van de paardenpopulatie uit en scheiden ongeveer 20{b2a8cc4c5365b188ab06069ee35a696a776320159cd6a6f32117d2cd3740fd39} van het totaal aantal wormeieren uit. De overige 80{b2a8cc4c5365b188ab06069ee35a696a776320159cd6a6f32117d2cd3740fd39} van het totaal aantal wormeieren wordt uitgescheiden door hoge ei-uitscheiders.

Tabel 1: Eieren per gram.

Wormbestrijding

De essentie van moderne wormbestrijding is het beperken van ei-uitscheiding door het treffen van hygiënische maatregelen, door identificatie van hoge ei-uitscheiders met behulp van mestonderzoek en door enkel te behandelen indien nodig.
Vrijwel alle wormen verspreiden hun eieren via de mest op weide. Door de mest te verwijderen van de weide kan de levenscyclus van deze wormen worden onderbroken. Slechts 2 keer per week verwijderen van mest van de weide doet de wormbesmetting meer dalen dan regelmatig ontwormen zonder mestonderzoek. Het is helaas een arbeidsintensieve klus. In sommige gevallen is het in verband met besmettingsgevaar zinvol om mest dagelijks uit de stal te verwijderen. Bijvoorbeeld wanneer er problemen zijn met veulenworm of spoelworm.
Het weidemanagement speelt een belangrijke rol bij het managen van wormbesmetting. Elke 1,5 – 2 maanden omweiden naar een schone weide leidt tot een flink lagere wormbesmetting. Een weide kan schoon zijn/worden doordat deze nieuw is, langdurig ( > 6 maanden) niet gebruikt is of doordat er een andere diersoort heeft gegraasd (bijvoorbeeld koeien).
Door een besmette weide te maaien en het gras te verwijderen kan de weidebesmetting flink gereduceerd worden.
De meeste paarden mesten op een bepaald stuk van de weide en grazen op rest. Dit beschermt ze tegen het oplopen van een hoge wormbesmetting. Wanneer echter de weide te klein is voor het aantal paarden, of de weide te schraal is, zijn paarden geneigd ook te grazen op het stuk weide waar ze mesten. Dit leidt natuurlijk tot een snel oplopende wormbesmetting. Veulens vertonen dit gedrag nog niet zijn mede daarom gevoeliger voor het oplopen van hoge wormbesmetting.

Het omweiden van de paarden na behandeling met een ontwormingsmiddel wordt absoluut ontraden. Dit werkt het ontstaan van resistentie in de hand.

Ontwormingsmiddelen

Er zijn een hoop verschillende ontwormingsmiddelen op de markt. De werkzame stoffen in deze producten behoren tot verschillende klasses met elk hun voor- en nadelen hebben. In Tabel 2 kunt u terugvinden welke werkzame stof in de ontwormingsmiddelen zitten die wij aanbieden.

  • Ivermectine en Moxidectine
    Ivermectine en moxidectine behoren tot dezelfde klasse van ontwormingsmiddelen. Niet alle wormsoorten zijn gevoelig voor deze producten. Moxidectine is het krachtigst en heeft een zeer goede werkzaamheid tegen overwinterende larven van rode bloedworm. Beide producten zijn ook werkzaam tegen veulenworm en horzellarven. Een voordeel van zowel ivermectine als moxidectine is dat ze werkzaam zijn tegen externe parasieten zoals luizen en mijten.
    Ivermectine mag niet worden gegeven aan veulens < 4,5 maand, moxidectine mag niet worden gegeven aan veulens < 6 maanden.
  • Praziquantel
    Praziquantel is enkel werkzaam tegen lintworm. Het is enkel op de markt in combinatie met ivermectine of moxidectine.
  • Fenbendazole
    Fenbendazole veroorzaakt een verlamming van de wormen. Het is niet werkzaam tegen rode bloedworm, maar is wel zeer geschikt voor het bestrijden van spoelworm en aarsworm. Bij zware besmetting met spoelwormen geniet dit middel de voorkeur boven pyrantel omdat het minder kans geeft op darmverstopping.
  • Pyrantel
    Pyrantel veroorzaakt een verstijving van de wormen. Het is werkzaam tegen spoelworm en aarsworm en in dubbele dosis ook tegen lintworm.

Tabel 2: Werkzame stof in ontwormingsmiddelen.